Werving en selectie en geloofsovertuiging

Identiteit
In de maatschappelijke discussie over identiteit als onderdeel van werving en selectie blijkt dat er veel onduidelijkheid is over dit onderwerp. Voor- en tegenstanders weten elkaar op internetfora goed te vinden. Allerlei discussies gaan over de rechtmatigheid van identiteit. Mag christelijke levensovertuiging als eis in een vacaturetekst?

Aatop, als specialist op het gebied van identiteitsgebonden werving en selectie, wil u graag correct informeren over dit onderwerp. De Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) stelt duidelijke eisen als het gaat om identiteit. In principe is het verboden om op basis van godsdienst onderscheid te maken in sollicitatieprocedures. In enkele gevallen is er echter sprake van een uitzondering. Het College voor de Rechten van Mens (voorheen de Commissie Gelijke Behandeling, ziet toe op een correcte naleving van deze wet.)

Daarbij zijn de volgende punten van belang: er moet sprake zijn van een strikte uitleg van het begrip functie-eis. Als de identiteit van een organisatie niet rechtstreeks doorwerkt in de functie, is deze voor de functie ook niet relevant. In de tweede plaats moet de organisatie die werft en selecteert voor functies waarbij de identiteit wel doorwerkt in de functie consequent handelen. Gebeurt dit niet dan zal het College van de Rechten van Mens – wanneer de zaak aan haar wordt voorgelegd – het onrechtmatig karakter hiervan uitspreken en een bindende uitspraak doen. Het beleid van een christelijke organisatie zal derhalve consequent en consistent op het handhaven van de identiteit gericht moeten zijn. Dit gebeurt o.a. door een eenduidige formulering van de identiteit o.a. opgenomen in het personeelsbeleid en doorwerkend in de gebruikte vacatureteksten.

Grondslag gebonden functie-eisen

Het stellen van functie-eisen die zijn gebonden aan de grondslag mag niet zomaar. Hiervoor gelden enkele voorwaarden, namelijk:

1) de instelling voert een consistent en consequent beleid om de godsdienstige of levensbeschouwelijke identiteit te handhaven. Dit betekent dat:
•    de grondslag geen dode letter in de statuten van de instelling mag zijn
•    dezelfde functie-eisen worden gesteld aan alle medewerkers in dezelfde functie
•    het gaat om een ‘harde’ voorwaarde en niet enkel een voorkeur voor mensen met dezelfde godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen

2) de functie-eisen zijn noodzakelijk voor het vervullen van de functie. Of de functie-eisen noodzakelijk zijn is afhankelijk van de organisatie en de betreffende functie.

3) de functie-eisen leiden niet tot het uitsluiten van kandidaten enkel op grond van de volgende kenmerken:
•    politieke overtuiging
•    etnische afkomst (ras)
•    geslacht
•    nationaliteit
•    hetero of homoseksuele gerichtheid
•    burgerlijke staat

Een kandidaat mag wel worden afgewezen als hij of zij de grondslag van de instelling niet onderschrijft. Het is niet toegestaan om een kandidaat die de grondslag wel onderschrijft af te wijzen op basis van de bovengenoemde kenmerken. Dit heet in de gelijkebehandelingswetgeving de ‘enkele feit constructie’.
Bron: werving en selectiegids.

Contact
Wilt u meer informatie over dit onderwerp of wilt u advies over hoe om te gaan met geloofsovertuiging in de werving en selectie dan staan wij u graag te woord.

zie ook ethiek